VierKeerWijzer®
De eenvoud is de kracht. Het onderwijs is in de laatste jaren te ingewikkeld geworden. Een leerkracht heeft het veel te druk met zaken die afleiden van het primaire proces. Binnen VierKeerWijzer® werken kinderen en leerkrachten met vier stappen. De vele wijzers, die Klasse(n)Advies ontwikkeld heeft en nog ontwikkelen zal, bieden u de ondersteuning die nodig is om het model vorm te geven en te borgen.
Onze visie: Leren binnen thema’s; trainen en beleven.
Leren moet plaats vinden in een zinvolle en betekenisvolle context. Teveel wordt kennis slechts korte tijd gevraagd en daarna weer snel vergeten. Wij willen uitgaan van twee principes: Trainen en beleven.
Trainen is het aanleren van strategieën en kennis. Dit gebeurt o.a. door herhaling. Door observatie, portfoliowerk en kindgesprekken kent de leerkracht het kind, kent het kind zichzelf en kunnen ze samen op zoek naar de strategie die het best past bij het kind teneinde de concrete doelen te halen. Wij zijn er voorstander van om taal, spelling, rekenen, lezen en de begrijpend-lezen-strategieën te trainen. Dit plaatsen wij bij voorkeur niet in een thema, dit leidt af. Bij het trainen neemt de leerkracht de tijd om kinderen gedurende een periode te leren hoe het kan of moet. Korte duidelijke instructie- en oefenlessen. Geen versnippering, maar onderdeel voor onderdeel, concreet en doelgericht. Kind en leerkracht weten wat ze trainen en of het beheerst wordt. Het kind bewijst of de doelen zijn gehaald. Is dit het geval dan kan het kind zich verder verdiepen binnen het themawerk.
Zonder toepassen in een zinvolle en betekenisvolle context is het trainingsprogramma leeg en te weinig gericht op zingeving. Het toepassen van de getrainde vaardigheden vindt plaats binnen thema’s. Deze thema’s zijn concreet en compact. Veel methodemakers bieden te brede thema’s waardoor de doelen te ver uiteen lopen. Hierdoor ontstaat te weinig verdieping. Wij bieden thema’s die vorm gegeven zijn vanuit de drie hoofdgebieden: Geschiedenis, aardrijkskunde en natuur. Bij scholen met taalzwakke kinderen koppelen wij de thema’s van de taalmethode aan de W.O.-thema’s.
De vele “bij”-vakken, zoals techniek, cultureel erfgoed, actief burgerschap, tekenen, handvaardigheid, sociale redzaamheid, verkeer, sociaal-emotioneel, dramatische expressie, dans, enz. willen wij niet zien als aparte vakken op het rooster. Juist deze vakken zijn bijzonder geschikt om geïntegreerd te worden met de thema’s vanuit geschiedenis, aardrijkskunde en natuur.
Bovenstaande is de visie van waaruit wij de scholen begeleiden. Dit betekent uiteraard niet dat u deze visie moet delen. Juist liever niet, we vinden elkaar doordat we ons aangesproken voelen door elementen uit bovenstaand verhaal. De visie van de school geeft u zelf vorm. Wij zoeken met u naar de vele mogelijkheden die er zijn. Wij hebben geen methode. Wij bieden een model, begeleiding en materialen zodat u daarmee uw eigen methode en werkwijze kunt vaststellen, passend bij uw kinderen, ouders, leerkrachten, middelen en ruimtes.
Concreet in de praktijk
In de praktijk zien we dat veel scholen komen tot een rooster waarin vanaf groep 3 ’s ochtends de basisvaardigheden worden getraind en ’s middags in een periode van 3 weken thematisch wordt gewerkt met één geschiedenis-, aardrijkskunde- of natuuronderwerp (bijvoorbeeld: China, De Romeinen of dieren op de Veluwe). Door de thema’s in volgorde op elkaar af te stemmen ontstaat een samenhangend geheel.
Binnen de thema’s worden drie belangrijke interventies gehanteerd:
- De groepsgerichte leerkrachtles.
De leraar is er voor het vonkje, voor de samenhang, voor de intermenselijke relaties, voor de persoonlijk diepgang van ieder kind. Laten we dit absoluut zo houden! Prima om ICT zoveel mogelijk in te zetten, maar het kan de leerkracht nooit vervangen. Minimaal eenmaal per week geeft de leerkracht zijn of haar themales: Vertelt het verhaal, nodigt een deskundige uit, organiseert een excursie, houdt een kringgesprek, benut zijn digitale schoolbord, verhaalt zijn belevenissen, geeft instructie, enz. - Keuzemomenten.
Gedurende een aantal momenten per week hebben de kinderen de gelegenheid om op hun eigen manier en vanuit hun eigen talenten (intelligenties) het thema verder te verkennen, te onderzoeken en te ervaren. In eerste instantie kiezen veel scholen voor 2 momenten per week. Dit groeit echter al snel uit, vooral als men er voor gaat kiezen de “bij”-vakken te integreren en er zo dus ruimte in het weekrooster ontstaat. - De rijke leeromgeving.
Als we écht adaptief willen zijn, tegemoet willen komen aan de verschillen tussen kinderen, talenten willen benutten, dan kunnen wij niet volstaan met een leesboek, een werkboekje en een computerprogramma. We willen de inrichting en de soorten materialen die de onderbouw heeft doortrekken naar boven! Een zandtafel in groep 8!


